VIEREN
Liturgie
Sacramenten
Manifestaties
Terug naar de beginpagina
      De ROOMS-
KATHOLIEKE KERK

Het Pausschap
- Organen
- Attributen
- Gunstbewijzen
De Heilige Stoel
- Romeinse Curie
- Diplomatie
Paus Franciscus
- Eerdere pausen
- Sede Vacante
Bisdom Rome
Vaticaanstad
Kerkorganisatie
- Collegiale organen
Religieuze
gemeenschappen

Lekenorganisaties

     De Oosterse
Katholieke Kerken


Gastenboek
Over deze site
Links
Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Overige Gunstbewijzen

Overige Gunstbewijzen
Voor eerbiedwaardige gebouwen en plaatsen:
- Gouden Roos - Basiliek -

De GOUDEN ROOS


De Gouden Roos is één van de oudste pauselijke gunstbewijzen, die zowel aan personen als aan gebouwen en plaatsen wordt verleend.


Gouden Roos van paus Benedictus XVI
De Gouden Roos die paus Benedictus XVI in
2010 aan O.L. Vrouwe van Fatima schonk
(foto via twitter)


Verlening

De Gouden Roos wordt sinds 1759 alleen verleend aan katholieke vorstinnen die uitblinken in vroomheid of liefdadigheid of wegens verdiensten voor de Kerk. Voor hen is dit gunstbewijs het equivalent van de Orde van Christus, die immers alleen aan mannen verleend wordt.

Daarnaast wordt de Gouden Roos ook verleend aan relikwieën en heiligdommen die verbonden zijn met de H. Maagd Maria.

De Gouden Roos wordt verleend in de vorm van een smeedwerk van puur goud in de vorm van een natuurlijke roos, vaak versierd met edelstenen.


Begiftigden

De Gouden Roos werd in vroeger eeuwen regelmatig verleend, maar in de 20e eeuw nog maar zelden. Paus Paulus VI heeft de roos vijfmaal verleend, onder meer aan de Mariaheiligdommen van Lourdes en van Guadaloupe.

Tijdens het lange pontificaat van paus Johannes Paulus II werd de Gouden Roos slechts negen keer verleend, bijvoorbeeld aan de Mariaheiligdommen Lourdes in Frankrijk en Czestochowa in Polen.

Onder paus Benedictus XVI kwam er een opleving van dit oude gebruik, want hij begiftigde maar liefst 18 Mariaheiligdommen met deze onderscheiding. Paus Francicus reikte de Gouden Roos tot en met 2019 vijfmaal uit.


Paus Benedictus XVI schenkt een Gouden Roos aan O.L. Vrouwe van Fatima
Paus Benedictus XVI schenkt een Gouden Roos aan O.L. Vrouwe van Fatima
(foto via twitter)


Geschiedenis

De precieze oorsprong van de Gouden Roos is niet bekend, maar reeds in een document van paus Leo IX (1049-1054) uit 1049 blijkt dat de Gouden Roos toen reeds een bekend fenomeen was.

De Gouden Roos werd in vroeger eeuwen verleend aan katholieke vorsten en vorstinnen, aan andere katholieken notabelen en aan steden als erkenning van en waardering voor hun trouw in het geloof en aan de Kerk en de Paus. Ook werd de Gouden Roos verleend aan eerbiedwaardige kerken, heiligdommen en bedevaartplaatsen als teken van speciale eerbied en devotie.


Links en bronnen
- Wikipedia: Golden Rose GB
- Catholic Encyclopedia: Golden Rose (1909) US

Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Overige Gunstbewijzen - naar boven
BASILIEK


Basiliek is een eretitel die toekomt aan eerbiedwaardige kerken.

Er zijn verschillende soorten basilieken: de titel Aartsbasiliek komt alleen toe aan de Sint-Jan van Lateranen in Rome. Twaalf belangrijke kerken die rechtstreeks onder de Paus vallen voeren de titel Pauselijke Basiliek, waarvan de zes belangrijkste bovendien Basilica Maior zijn. Drie kathedralen van patriarchen worden Patriarchale Basiliek genoemd. Het meest voorkomend is de eretitel Basilica Minor, die aan wereldwijd ca. 1500 kerkgebouwen is verleend.


Aartsbasiliek

De titel aartsbasiliek komt alleen toe aan de Sint-Jan van Lateranen, de kathedraal van het bisdom Rome. Deze kerk geldt van oudsher als de "Moeder en hoofd van alle kerken in de stad Rome en de wereld" (Lat. Omnium urbis et orbis ecclesiarum mater et caput).



De voorgevel van de Sint-Jan van Lateranen


Basilica Major

De eretitel Basilica Maior komt alleen toe aan de vier hoofdkerken van Rome en aan twee kerken in Assisi, te weten:

- Sint-Jan van Lateranen in Rome
- Sint-Pieter in Vaticaanstad
- Sint-Paulus buiten de Muren in Rome
- Sint-Maria de Meerdere in Rome
- Sint-Franciscuskerk in Assisi
- Onze-Lieve-Vrouw-ter-Engelen (Portiuncula) bij Assisi

De vier Basilicae Maiores in Rome hebben als bijzonder kenmerk dat er een pauselijk altaar, een pauselijke troonzetel en een Heilige Deur (Lat. Porta Sancta) is, die alleen in het Heilig Jaar geopend wordt.

Voorts mag een Basilica Maior het pauselijk wapen voeren, dat meestal aan de voorgevel wordt aangebracht. Ook mogen in het wapen en het zegel van de kerk de gekruiste sleutels uit het embleem van het Pausschap worden opgenomen. Dit om uitdrukking te geven aan de speciale band met de Heilige Stoel.

De pastoor van een Basilica Maior, doorgaans een kardinaal, voert de eretitel aartspriester. Ook elders draagt de pastoor van een eerbiedwaardige kerk soms deze titel en wordt in Romaanse landen een deken alszodanig aangeduid. De titel dient ook niet verward te worden met de aartspriesters die in de middeleeuwen plaatsvervanger van de bisschop waren.

Op grond van de Lateraanse Verdragen van 1927 zijn de drie grote basilieken in Rome exterritioriale zones die onder de exclusieve jurisdictie van de Heilige Stoel vallen.



De Heilige Deur van
de Sint-Pietersbasiliek


Pauselijke Basiliek

Pauselijke Basilieken zijn belangrijke basilieken die rechtstreeks onder jurisdictie van de Heilige Stoel vallen. Naast de bovengenoemde zes Basilicae Maiores voeren ook de volgende zes Basilicae Minores de eretitel Pauselijke Basiliek:

- Sint-Laurens buiten de Muren in Rome
- Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans in Pompei
- Sint-Nicolaas in Bari
- Sint-Antonius in Padua
- Heilig-Huiskerk in Loreto
- San Miguel in Madrid

In totaal zijn er dus 12 kerken met de titel Pauselijke Basiliek. Afgezien van deze titel zijn er verder geen bijzondere privileges aan deze status verbonden.


Basilica Minor

Basiliek zonder verder toevoeging (Lat.: Basilica Minor) is tenslotte een eretitel die verleend wordt aan eerbiedwaardige kerken buiten Rome. Wereldwijd zijn er ruim 1800 kerken die de titel basiliek dragen, waarvan ruim 570 in Italië. In Nederland zijn er 28 en in België 30 basilieken.

Om voor verheffing tot basilica minor in aanmerking te komen dient de kerk een eerbiedwaardige ouderdom, aanzienlijke grootte of bijzondere schoonheid te hebben, alsmede over voldoende geestelijken en toereikende inkomsten te beschikken voor de plechtige viering van de eucharistie. Een ander aspect kan zijn dat de kerk een veel vereerd reliek bezit of een druk bezochte bedevaartplaats is.

De eretitel wordt vaak verleend bij gelegenheid van een jubileum of een andere belangrijke gebeurtenis en geschiedt per pauselijke breve, na goedkeuring door de Congregatie voor de Eredienst.

Een basiliek mag als onderscheidingstekenen aan de noordzijde van het altaar een conopeum (een half uitgeklapte parasol in de oude pauselijke kleuren geel-rood) en aan de zuidzijde een tintinnabulum (een ceremonieel klokje op een standaard) opstellen.


  
Conopeum (links) en Tintinnabulum (rechts) in Den Bosch


Het conopeum diende vroeger om priesters tijdens processies te beschutten tegen zon en regen, waarbij het conopeum in de pauselijke kleuren bestemd was voor als de Paus langs mocht komen. Het tintinnabulum werd gebruikt om de komst van processies aan te kondigen.

Voorts mag een basiliek een eigen wapen voeren, met in het schildhoofd het conopeum en het tintinnabulum gekruist en op een zwart veld. Dit wapen kan in Nederland door de Hoge Raad van Adel verleend worden.


De pastoor van een basiliek mag zich rector noemen en heeft het recht om bij de koorkledij een zwarte schoudermantel (It. mozzetta) over de superplie te dragen.

Naast deze rechten is er aan de titel van basiliek ook de plicht verbonden om de volgende kerkelijke feestdagen te vieren: de dag van de titelverlening, de dag van de proclamatie van de titel, de dag van de patroonheilige van de kerk, de dag van Petrus en Paulus (29 juni) en de verjaardag van de pauskeuze.


Basilieken in Nederland

De eerste kerk die in Nederland tot basilica minor werd verheven was in 1883 de Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart te Sittard. Nadien is nog 27 kerken deze eer te beurt gevallen, zodat Nederland in 2020 in totaal 28 basilieken telt. In chronologische volgorder zijn dit:

- 1883: Basiliek van O.L. Vrouw van het H. Hart in Sittard
- 1912: Basiliek van de H.H. Agatha en Barbara in Oudenbosch
- 1929: Kathedrale Basiliek St. Jan Evangelist in Den Bosch
- 1933: Basiliek van O.L.V. Tenhemelopneming (Sterre der Zee) in Maastricht
- 1935: Basiliek van de H. Willibrordus in Hulst
- 1937: Basiliek van St. Jan in Laren
- 1938: Basiliek van het H. Sacrament in Meerssen
- 1948: Kathedrale Basiliek St. Bavo in Haarlem
- 1950: Basiliek van St. Plechelmus in Oldenzaal
- 1957: Basiliek van de H. Wiro, Plechelmus en Otgerus in Sint Odiliënberg
- 1964: Basiliek van St. Walburga in Arnhem
- 1972: Basiliek van St. Nicolaas in IJsselstein
- 1977: Basiliek van St. Jan de Doper in Oosterhout
- 1985: Basiliek van St. Servaas in Maastricht
- 1990: Basiliek van St. Liduina in Schiedam
- 1992: Basiliek van de H. Kruisverheffing in Raalte
- 1997: Basiliek van St. Lambertus in Hengelo
- 1999: Basiliek van O.L. Vrouw in Zwolle
- 2000: Basiliek van St. Pancratius in Tubbergen
- 2000: Basiliek van de H. Petrus in Boxmeer
- 2007: Basiliek van de H. Amelberga in Susteren
- 2009: Basiliek van St. Georgius in Almelo
- 2011: Basiliek van St. Petrus in Boxtel
- 2012: Basiliek van St. Nicolaas in Amsterdam
- 2013: Basiliek van St. Petrus in Oirschot
- 2014: Basiliek van St. Calixtus in Groenlo
- 2017: Basiliek van St. Franciscus in Bolsward
- 2018: Basiliek van St. Martinus in Venlo


Geschiedenis

Het woord basiliek komt van het Griekse woord basiliké, dat koninklijk betekent, en dat meestal gebruikt werd in combinatie met woorden als hal of tempel. De Romeinen gebruikten dit woord al snel voor een grote ruimte met een hoog middenschip en twee zijbeuken, de basilica. Deze gebouwen hadden vaak een multifunctioneel karakter.

Nadat de Christenen in de 4de eeuw niet meer vervolgd werden, gingen zij over tot het bouwen van grote gebedsruimten die overeenkomsten vertoonden met de basilica-gebouwen. Allengs werd zo het woord basiliek een aanduiding voor grote kerkgebouwen.

In de 7de eeuw ontvingen uiteindelijk vijf hoofdkerken van Rome de titel "patriarchale basiliek" omdat zij waren verbonden met één van de vijf patriarchale zetels uit de Oudheid:

- Sint-Jan van Lateranen (patriarch van het Westen)
- Sint-Pieter (Latijnse patriarch van Constantinopel)
- Sint-Paulus buiten de muren (Latijns patriarch van Alexandrië)
- Sint-Maria de Meerdere (Latijns patriarch van Antiochië)
- Sint-Laurens buiten de muren (Latijns patriarch van Jeruzalem)

Sinds de 17de eeuw vallen deze patriarchale basilieken direct onder de Paus, bezitten zij bepaalde privileges en kon een bezoek aan deze kerken onder speciale omstandigheden een bijzondere aflaat opleveren. Vanaf het begin van de 18e eeuw worden deze kerken aangeduid als Basilicæ Maiores, oftewel grote basilieken.

Toen in 1889 het Latijnse Patriarchaat van Jeruzalem werd heropgericht, werd de titel patriarchale basiliek van de Sint-Laurens buiten de Muren in Rome overgedragen op de Heilig Grafkerk in Jeruzalem, die sindsdien fungeerde als de kathedraal van de patriarch van Jeruzalem.

Ook twee kerken in en nabij Assisië die zijn verbonden met de H. Franciscus zijn door de Paus tot patriarchale basiliek verheven, al worden deze tegenwoordig meestal tot de gewone basilieken (Basilica Minores) gerekend:

- Sint-Franciscusbasiliek (in 1754)
- Onze-Lieve-Vrouw-ter-Engelen (in 1909)

In de loop van de 20e eeuw werden de volgende vier gewone basilieken in Italië rechtstreeks onder de jurisdictie van de Paus geplaatst en kregen daarmee de status van pauselijke basiliek (Basilica Pontificia):

- Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans in Pompei
- Sint-Antoniusbasiliek in Padua
- Basiliek van het Heilig Huis in Loreto
- Sint Nicolaasbasiliek in Bari (in 1968)

Hetzelfde gebeurde in 1959 met de basiliek van San Miguel in Madrid, toen het Opus Dei de aldaar gevestigde apostolische nuntiatuur overnam.

Nadat paus Benedictus XVI in 2006 afstand had gedaan van de titel Patriarch van het Westen, werden de zes Basilicæ Maiores in Rome en Assisi, die tot dan toe patriarchale basilieken waren geweest, omgedoopt tot pauselijke basiliek. De overige Latijnse patriarchaten van het Oosten (Constantinopel, Alexandrië en Antiochië) waren namelijk al in 1964 afgeschaft.

De titel patriarchale basiliek komt sindsdien alleen nog toe aan de kathedraal van een daadwerkelijk residerende patriarch, namelijk die in Jeruzalem, Venetië en Lissabon.

Naast de Basilicæ Maiores en de pauselijke basilieken wordt sinds de tweede helft van de 18e eeuw door de Paus ook de eretitel basilica minor, oftewel kleine basiliek, verleend aan bepaalde eerbiedwaardige kerken buiten Rome.

Aanvankelijk lag daarbij de nadruk op de grootsheid en/of de ouderdom van het kerkgebouw en op het aantal geestelijken, gelovigen en/of bedevaartgangers. Vanaf de jaren '70 van de 20e eeuw wordt daarnaast ook gekeken naar pastorale aspecten, zoals de uitvoering van de liturgie, de vitaliteit van de geloofsgemeenschap en de betekenis voor de regio.


Links en bronnen
- Wikipedia: Basiliek NL - Basilika (Titel) DE - Päpstliche Basilika DE - Basilica GB
- Artikel in de Catholic Encyclopedia: Basilica (1907) US
- Lijst van alle Basilicas in the World US
- Infopagina: www.basiliek.nl NL

Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Overige Gunstbewijzen - naar boven




Katholiek.org © april 2005 / januari 2021