Kerkel. hirarchie
  Collegiale organen
 Religieuze
   gemeenschappen

 Lekenorganisaties


 Links
 Gastenboek
 over deze site



Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Pauselijke Adel

De Pauselijke Adel

Tot 1967 werd door de Paus ook adeldom verleend

- Algemeen - Adeldom en Titels - Begiftigden - Betekenis - Geschiedenis -


- ALGEMEEN -


Inleiding
- Net als andere vorsten hebben ook de pausen adeldom en adellijke titels verleend aan personen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de Rooms-Katholieke Kerk en voor de Heilige Stoel.

Recht
- Het verlenen van adeldom en adellijke titels is van oudsher een voorrecht dat verbonden is aan het bezit van soevereiniteit. De Paus c.q. de Heilige Stoel zijn volkenrechtelijk altijd erkend als zijnde soevereine rechtssubjecten aan wie dus onder meer ook dit voorrecht toekwam en in theorie nog steeds toekomt.
- Het is in dit verband goed eraan te herinneren dat deze soevereiniteit niet toekomt aan de Paus als staatshoofd van een bepaald territorium, maar aan hem als geestelijke gezagsdrager met universele autoriteit.
- Dit blijkt onder meer uit het feit dat ook gedurende de tijd dat de Paus geen soeverein grondgebied bezat (van 1870-1929), hij als soeverein volkenrechtsubject erkend werd en vele malen adeldom en adellijke titels heeft verleend, die door andere landen erkend zijn.

Onderscheid
- Het feit dat het recht om adeldom te verlenen niet toekomt aan de Paus als wereldlijk staatshoofd, maar aan hem als geestelijke autoriteit, neemt niet weg dat er wel een onderscheid gemaakt kan en moet worden tussen de pauselijke adel die verleend werd aan personen in de Kerkelijke Staten en die aan personen daarbuiten.
- Voor inwoners van de Kerkelijke staten had pauselijke adeldom aanvankelijk immers een staatsrechtelijke betekenis met diverse bijbehorende rechten en plichten. Voor inwoners van andere landen was dat niet het geval en had deze adeldom hooguit een sociaal-maatschappelijke betekenis, ook al is die in de praktijk nooit bijzonder groot geweest.

Verlening
- De pauselijke adelsgunsten werden door de Paus verleend en vastgelegd in een breve (een in plechtige vorm op perkament geschreven akte). Voor het lichten (in ontvangst nemen) hiervan waren zegelrechten verschuldigd.
- In de meer recente pauselijke adelsdiploma's komen geen wapenbeschrijvingen voor. Wapenbrieven, waarin een (familie)wapen werd verleend, kon men desgewenst afzonderlijk aanvragen.


Links
- Wikipedia-artikel: Romeinse adel


Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Pauselijke Adel - naar boven


- ADELDOM en ADELLIJKE TITELS -


Overeenkomstig de gebruiken in andere landen kent de pauselijke adel de volgende vormen:

Adeldom zonder titel
- De eenvoudigste vorm van pauselijke adel is adeldom zonder titel. De begiftigde is dan van adel en mag het predikaat "nobilis" vr de voornaam voeren. Deze ongetituleerde adeldom kan, afhankelijk van de betreffende gunst, persoonlijk (ad personam), maar ook erfelijk overdraagbaar zijn (op alle canoniek wettige nakomelingen in mannelijke lijn).

Adeldom met titel
- Aan verleende pauselijke adeldom kon een adellijke titel verbonden zijn. Net als bij de adeldom zonder titel, kon ook een titel persoonlijk (ad personam), of erfelijk overdraagbaar zijn.
- De erfelijk overdraagbare titels vererven bij recht van mannelijke eerstgeboorte. Eventuele overige (later geboren) mannelijke nakomelingen verkrijgen ongetituleerde adeldom en mogen het predikaat "nobilis" vr de voornaam voeren.
- De adellijke titel was meestal verbonden aan de familienaam, maar er kon ook een territoriale aanduiding of de naam van een heilige aan worden toegevoegd (bijv.: N.N. Dux Sancti Laurentii).

Rangorde der adellijke titels
- De adellijke titels kennen, van hoog naar laag, de volgende rangorde:
1. Princeps (prins)
2. Dux (hertog)
3. Marchio con auleo (markies met baldakijn)
4. Marchio (markies)
5. Comes palatinus (paltsgraaf; zie *)
6. Comes (graaf)
7. Vicecomes (burggraaf)
8. Baro (baron)
9. (Civis) Nobilis patricius
10. (Civis) Nobilis conscriptus
11. (Civis) Nobilis (edelburger)
- De titels "Marchio con auleo", "Civis nobilis patricius" en "Civis nobilis conscriptus", alsmede het voorvoegsel "Civis" waren alleen bestemd voor Romeinse families, die daarbij tevens vaak nog de toevoeging "Romanus" kregen.

* De titel paltsgraaf (voluit: comes palatinus Sacri Palatii Lateranensis) werd zowel door de pausen als door de keizers van het Rooms-Duitse Rijk verleend, meestal louter persoonlijk (ad personam) en vaak gecombineerd met het ridderschap van de Gulden Spoor. Door de pausen werd deze titel met name gebruikt om niet-Romeinen die geen territoriale naamstoevoegingen ontvingen in de adelstand te verheffen. Paus Pius IX schafte deze titel in 1853 af.


Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Pauselijke Adel - naar boven


- BEGIFTIGDEN -


Registratie
- Bij de Heilige Stoel is geen officile en centrale lijst bijgehouden van welke personen met adeldom of adellijke titels begiftigd zijn. Wel bestaan er in diverse landen al dan niet volledige particuliere overzichten van burgers die pauselijke adelsgunsten hebben ontvangen. Of iemand van pauselijke adel is zal dus telkens in dat concrete geval aangetoond moeten worden.

Wereldwijd
- Wereldwijd zijn er naar schatting nog zo'n 300 families die tot de pauselijke adel gerekend kunnen worden. Daarvan bevinden zich er zo'n 115 in Itali, 90 in Frankrijk en 31 in Spanje. Ook in landen die van oudsher geen adel kennen, zoals bijv. de Verenigde Staten van Amerika, zijn diverse personen en families met pauselijke adeldom begiftigd.

Vereniging
- De Franse families van pauselijke adel hebben zich sinds 1983 verenigd in de Runion de la Noblesse Pontificale (RNP), die in Parijs een jaarboek uitgeeft met een naamlijst van de leden.

Nederland
- Vr de Franse Tijd zijn ook inwoners uit de Noordelijke Nederlanden met pauselijke adelsgunsten begiftigd, doch het is onmogelijk om daar concrete, laat staan volledige cijfers over te geven of te vinden. In de meeste gevallen zal het de persoonlijke titel paltsgraaf zijn geweest.
- De erfelijke adeldom die vr 1939 verbonden was met het grootkruis van de Piusorde is slechts verleend (in 1925) aan jhr. dr. Charles J.M. Ruijs de Beerenbrouck (1873-1936), doch deze adeldom stierf uit met overlijden van zijn enige dochter.
- Op de erfelijke adeldom met het predikaat "nobilis", die de Amsterdamse ondernemer Willem J.R. Dreesmann (1885-1954) verkreeg bij breve van 8 oktober 1924 kunnen zijn canoniek wettige mannelijke afstammelingen nog steeds aanspraak maken. De titel van pauselijk graaf (comes) die hem vervolgens op 16 april 1926 werd verleend, was echter verbonden met de voorwaarde dat voor het voeren daarvan bevestiging aan de Heilige Stoel moet worden gevraagd, hetgeen slechts zijn oudste zoon, Theodor J.A.W. Dreesmann (overl. 1971) in 1955 heeft gedaan.


Literatuur
- G.N. Westerouen van Meeteren: Op zoek naar de pauselijke adel, in: De Nederlandse Leeuw, Jrg. CXVIII (2001) No. 5-6, Kol. 467-490


Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Pauselijke Adel - naar boven


- BETEKENIS -


Inleiding
- Op het eerste gezicht lijkt het tegenwoordig misschien vreemd dat een geestelijk leider als de Paus zoiets wereldlijks als adeldom verleend heeft en dan vaak nog als beloning, blijk van waardering of bevestiging van een goede band, iets dat al gauw als 'vriendjespolitiek' of bevoordeling gezien wordt.

Mensbeeld
- Afgezien van het feit dat de Paus tot 1870 naast geestelijk leider ook het wereldlijk staatshoofd van de Kerkelijke Staten was en alszodanig niet anders handelde dan andere staatshoofden, is het zo dat adeldom goed beschouwd geheel in lijn ligt met het christelijke en meer bepaald het katholieke mensbeeld.

Plicht
- Adeldom is immers niet alleen iets om louter trots mee te pronken, maar is vooral ook een dagdagelijkse opgave om te leven naar de hoge eisen die deze waardigheid stelt en naar datgene wat anderen van jou als edelman of edelvrouw verwachten. Of zoals het bekende gezegde het uitdrukt: adel verplicht - noblesse oblige.

Voorbeeld
- Adel staat nog altijd en in alle opzichten voor iets verhevens. Aan mensen van adel wordt een voorbeeldfunctie toegekend en van hen wordt een meer dan gemiddelde inzet voor de samenleving verwacht. De adel zelf is zich hiervan altijd bewust geweest, wat tot uitdrukking komt in besef van en begrip voor de geschiedenis en in het cultiveren van ethisch besef en handelen.

Familie
- Daar komt bij dat door de erfelijkheid ervan adeldom onverbrekelijk verbonden is met familie, gezin en kinderen, dat de nadruk niet op het individu ligt, maar op anderen, op het geheel van voorouders die een voorbeeld zijn en nakomelingen voor wie zij zelf voorbeeld moeten zijn.

Traditie
- Adeldom is zo een kwestie van traditie, van doorgeven wat waardevol is, van het goede voorbeeld geven, van het aanleren van goede manieren uit respect voor de medemens en van de daadwerkelijke inzet voor de gemeenschap, de samenleving en de Kerk. Dat in het besef dat alles gerfd is en nagelaten zal moeten worden en dat daarom verantwoord beheer vereist is, of dat nu gaat om materile bezittingen of om sociale relaties.

Leemte
- De Adel heeft op deze manier een maatschappelijke voorbeeldfunctie ge- had voor het wereldlijke leven, zoals de geestelijkheid die had voor het geestelijk leven. Het niet meer verlenen van pauselijke adeldom, als passend in een meer algemene tendens tot nivellering, maakt dat dit eeuwenoude fenomeen langzaam onzichtbaar wordt en uiteindelijk zal uitsterven. Daarmee wordt een leemte achtergelaten die moeilijk meer valt in te vullen.


Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Pauselijke Adel - naar boven


- GESCHIEDENIS -


Adel
- Oorspronkelijk bestond de adel uit mensen die een zgn. herenleven leidden, dat wil zeggen zij die niet zelf hoefden te werken om in hun levensonderhoud te voorzien. Dat was mogelijk door (groot)grondbezit, in (allodiaal) eigendom, danwel in leen gehouden van een leenheer. In beide gevallen zou de erfelijkheid van de grond leiden tot de erfelijkheid van de adeldom.

Keizer
- Vanaf de late Middeleeuwen werd adeldom ook verleend door de Keizer van het Heilige Roomse (of Rooms-Duitse) Rijk. Middels een adelsdiploma werden zowel (hogere) titels verleend aan personen die reeds van adel waren, alsook adeldom aan hen die dit tot dan toe nog niet waren (de zgn. briefadel).
- Dit verlenen van adeldom en adellijke titels was een voorrecht dat aan de Keizer toekwam, aangezien hij de hoogste wereldlijke gezagsdrager en opperste leenheer van de Christenheid was.

Paus
- Zoals de Keizer de hoogste wereldlijke gezagsdrager was, was de Paus de hoogste geestelijke gezagdrager, beide met een universeel gezag dat zich uitstrekte over geheel de christelijke wereld.
- Vanuit die positie, en omdat de Paus in die tijd ook wereldlijk gezag claimde, hebben ook de pausen sinds de late Middeleeuwen adeldom en adellijke titels verleend aan verdienstelijke personen in geheel christelijk Europa.

Regelgeving
- In de bul Urbem Romam van 12 januari 1745 stelde paus Benedictus XIV regels op voor het bestuur van Rome en bepaalde daarbij onder meer dat 180 families die in het verleden de belangrijkste functies in Rome hadden vervuld, de erfelijke adel vormden. De hoofden van 60 van deze families werden aangemerkt als "Nobilis Romani Conscripti" en tenslotte werden de gewone leenmannen van de pauselijke staten alsmede zij die de Romeinse adeldom door verlening of door het vervullen van bepaalde functies hadden verkregen erkend als zijnde "gewone" "(cives) nobilis romani".

Neergang
- Na de Napoleontische bezetting herstelde paus Pius VII de onder Frans bewind afgeschafte pauselijke adel, zij het dat de feodale voorrechten langzaam aan werden afgebouwd en de adel een sociaal bevoorrechte groep werd, voor wie bepaalde ambten gereserveerd bleven.
- De val van Rome in 1870 betekende het definitieve einde van de staatsrechtelijke positie van de Romeinse adel.

Opleving
- In de tweede helft van de 19e eeuw, en vooral onder paus Pius IX, nam het aantal nobilitaties van met name Italianen aanzienlijk toe. Dit moet gezien worden als een middel om vooraanstaande mensen aan het Pausschap te binden en van het opkomende Liberalisme af te houden.
- Ondanks dit meer politieke gebruik van de pauselijke adeldom, zijn er geen aanwijzingen dat deze ook voor geld te koop was, overmatig vaak of onzorgvuldig verleend werd, zoals soms neerbuigend of spottend beweerd werd.

Egalisering
- Als uitvloeisel van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) kwam tenslotte ook een eind aan de pauselijke adel als sociaal bevoorrechte groep, toen paus Paulus VI bij motu proprio Pontificalis Domus van 28 maart 1968 bepaalde dat er voortaan geen erefuncties meer voor de adel gereserveerd konden worden. Daarmee is de Romeinse adel opgegaan in de Italiaanse adel, hoewel het verschil hier en daar nog voortleeft.

In onbruik
- Hoewel de Paus formeel geen afstand gedaan van het recht om adelsgunsten te verlenen, kan men zeggen dat dit recht waarschijnlijk definitief in onbruik is geraakt, aangezien de laatste verlening (van een persoonlijke graventitel) in 1966 plaatsvond.
- Er doen soms geruchten de ronde als zou paus Johannes Paulus II adeldom hebben verleend aan enkele Italianen en/of Polen, maar er is niets dat deze geruchten ook maar op enigerlei wijze bevestigt.


Links en Literatuur
- Wikipedia-artikel: Romeinse adel
- G.N. Westerouen van Meeteren: Op zoek naar de pauselijke adel, in: De Nederlandse Leeuw, Jrg. CXVIII (2001) No. 5-6, Kol. 467-490


Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Pauselijke Adel - naar boven


Maart 2005 -