VIEREN
Liturgie
Sacramenten
Manifestaties
Terug naar de beginpagina
      De ROOMS-
KATHOLIEKE KERK

Het Pausschap
- Organen
- Attributen
- Gunstbewijzen
De Heilige Stoel
- Romeinse Curie
- Diplomatie
Paus Franciscus
- Eerdere pausen
- Sede Vacante
Bisdom Rome
Vaticaanstad
Kerkorganisatie
- Collegiale organen
Religieuze
gemeenschappen

Lekenorganisaties

     De Oosterse
Katholieke Kerken


Gastenboek
Over deze site
Links
Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Erefuncties

Kerkelijke erefuncties
- Kardinaal - Protonotaris - Ereprelaat -
- Erekapelaan - Kamerheer -
Bisschoppelijke erefunctie: kanunnik
- Kardinaal -
- Protonotaris - Ereprelaat -
- Erekapelaan - Kamerheer -
Bisschoppelijke erefunctie: kanunnik

KARDINAAL van de H. ROOMSE KERK

Sanctae Romanae Ecclesiae Cardinalis


Kardinaal van de Heilige Roomse Kerk is na het Pausschap het hoogste ambt in de Rooms-Katholieke Kerk. Om die reden werden kardinalen vroeger wel de "prinsen der Kerk" genoemd.

Het kardinaalschap wordt door de Paus als hoogst mogelijke gunstbewijs verleend aan verdienstelijke (aarts)bisschoppen. Alszodanig gelden zij van oudsher als topadviseurs van de Paus, maar belangrijker is dat zij de taak hebben om na het overlijden van de zittende Paus een nieuwe Paus te kiezen (zie daarover de procedures tijdens de Sede Vacante).


Benoeming

Kardinalen worden door de Paus persoonlijk en op eigen initiatief benoemd. Hierbij volgt eerst de bekendmaking van de namen van de begunstigden, die dan vervolgens korte tijd later op een consistorie-vergadering officieel worden "gecreëerd", zoals de verheffing tot kardinaal traditioneel heet.

De Paus kan een kardinaal ook "in zijn hart" (Lat.: in pectore; It.: in petto) benoemen: dat wil zeggen dat die persoon wel officieel benoemd is en als kardinaal geldt, alleen wordt diens naam (nog) niet bekend gemaakt, bijvoorbeeld wanneer dat onwenselijke gevolgen zou kunnen hebben vanwege diens positie of het land waarin hij verblijft.

Alle kardinalen zijn automatisch lid van het College van Kardinalen.


Uitreiking

De creatie geschiedt doordat de Paus tijdens een openbare plechtigheid aan elke kandidaat de rode bonnet en de bijbehorende benoemingsoorkonde overhandigt. Tijdens het eerste consistorie van paus Benedictus XVI kregen de kardinalen hun traditionele kardinaalsring uitgereikt tijdens de mis op de daaropvolgende dag.

Hierbij leggen de nieuwe kardinalen de volgende eed af:

"Ik [naam], kardinaal van de Heilige Kerk van Rome, beloof en zweer van nu af tot mijn dood altijd trouw te zijn aan Christus en zijn Evangelie en voortdurend gehoorzaam te zijn aan de Heilige Roomse Apostolische Kerk en aan de Heilige Petrus in de persoon van de Opperpriester (naam van de Paus) en zijn wettig gekozen opvolgers;
en ik beloof en zweer altijd de gemeenschap met de Katholieke Kerk te bewaren, in woord en gedachte;
geen geheimen die aan mij werden toevertrouwd te onthullen, noch zaken die de Heilige Kerk kunnen beschadigen of onteren;
met grote ijver en trouw de taken uit te voeren waartoe ik bij mijn dienst aan de Kerk geroepen ben in overeenstemming met de wet.
Zo helpe mij God Almachtig."



Paus Johannes Paulus II overhandigt in 2003 de rode bonnet
aan de aartsbisschop van Florence, mgr. Ennio Antonelli

Kandidaten

In vroeger eeuwen kon elke man die de Paus dat ambt waardig achtte tot kardinaal worden verheven, ongeacht of hij leek was, danwel tot diaken, priester of bisschop gewijd was. Het kardinaalschap was strikt genomen immers niet veel meer dan een eretitel waaraan geen liturgische of andere taken aan verbonden zijn die een wijding noodzakelijk maken.

Paus Johannes XXIII besloot echter in 1962 om alle toenmalige kardinalen tot bisschop te laten wijden, zodat zij alszodanig aan het Tweede Vaticaans Concilie konden deelnemen. Sindsdien is het regel dat tenminste alle stemgerechtigde kardinalen de bisschopswijding moeten hebben ontvangen. Een uitzondering op deze regel kan gemaakt worden voor kardinalen die bij hun benoeming reeds 80 jaar of ouder zijn.

Hoewel de Paus in principe vrij is in zijn keuze, geldt dat de hoogste kerkelijke functionarissen, waaronder de prefecten van de congregaties van de Romeinse Curie, alsmede de aartsbisschoppen op eerbiedwaardige zetels per traditie voor dit ambt in aanmerking komen.

Daarnaast komt het voor dat de Paus als blijk van bijzondere persoonlijke genegenheid en waardering enkele personen tot kardinaal verheft die geen bisschop, maar priester zijn. Bijna altijd betreft het dan kandidaten die reeds ouder dan 80 jaar zijn, zodat zij niet meer aan het conclaaf kunnen deelne- men. Een voorbeeld hiervan was Gustaaf Joos, pastoor van Landskouter in België en oude vriend van paus Johannes Paulus II, die hem in 2003, op 80-jarige leeftijd, tot kardinaal benoemde.


Aantal

In de Middeleeuwen lag het aantal kardinalen doorgaans tussen de 20 en de 30, hoewel er maximaal 53 plaatsen te vergeven waren. Paus Sixtus V stelde in 1586 het maximum aantal kardinalen op 70, dit naar het voorbeeld van de 70 mannen die door Mozes (Exodus 24,1) en door Jezus (Lucas 10,1) gekozen werden.

Onder paus Johannes XXIII steeg het aantal kardinalen echter tot boven de 80 en zag paus Paulus VI zich genoodzaakt om het maximumaantal op 120 te stellen, exclusief degenen die ouder dan 80 jaar en daardoor niet stemgerechtigd zijn.


Kledij

Als kledij voor bijzondere gelegenheden draagt een kardinaal een zwarte toog (soutane) met schoudermantel, voorzien van een rode zoom, rode knopen en een rode sjerp. Eventueel kan hieroverheen een rode, tot de voeten reikende cape (It.: ferraiuolo) gedragen worden.

Koorkledij
Als koorkledij draagt hij een volledig rode toog met rode sjerp, waaroverheen een rochet (met kant versierd halflang wit koorhemd met smalle mouwen) en tenslotte daaroverheen weer een rode schoudermantel (It.: mozetta). Als hoofddeksel draagt een kardinaal hierbij een rode bonnet (It.: biretta) met drie opstaande ribben, maar zonder pompoen.

Nog slechts heel zelden wordt bij plechtige gelegenheden hieroverheen de kenmerkende rode cappa magna gedragen: een zeer lange en wijde, vaak met hermelijn gevoerde mantel met een brede omslag om de schouders, die ook als een soort capuchon over het hoofd getrokken kon worden.

Aangezien nagenoeg alle kardinalen tegenwoordig ook (aarts)bisschop zijn, dragen zij eveneens de bij die waardigheid horende attributen. Als bijzonder teken van het kardinaalschap werd traditioneel nog een met een robijn bezette kardinaalsring gedragen, maar tegenwoordig zijn de ringen doorgaans soberder uitgevoerd.


Symboliek

Het (scharlaken)rood als kenmerkende kleur van het kardinaalschap staat als meest intense en koninklijke kleur niet alleen voor de verhevenheid van dit ambt, maar symboliseert ook dat kardinalen worden geacht de Kerk te verdedigen, zelfs als dit ten koste mocht gaan van hun eigen bloed en leven. Hiermee wordt tevens het bloed van de martelaren in herinnering geroepen.

Een bijzonderheid is dat voor de uitvaartmis van een kardinaal de liturgische kleur eveneens rood is, in plaats van het voor droeve gelegenheden gebruikelijke paars of zwart.


Titulatuur

- Adressering: Zijne Excellentie [naam]
- Aanhef: Excellentie
- Aanspreektitel: Eminentie


Heraldiek

Een kardinaal mag boven zijn wapenschild een rode prelatenhoed voeren, die ter aanduiding van zijn rang aan weerszijden voorzien mag zijn van telkens 15 en dus in totaal 30 rode kwasten.

Afhankelijk van of betreffende kardinaal tevens bisschop danwel aartsbisschop is, mag hij bovendien een gewoon, resp. twee-armig processiekruis achter zijn schild plaatsen.


Homepage: Collegio Cardinalizio GB IT


Geschiedenis

Kardinalen waren oorspronkelijk geestelijken die in het bisdom Rome werden ingeschakeld ("geïncardineerd") om speciale taken te verrichten: diakens om diaconale taken in de stad te verrichten, priesters om speciale vieringen te houden in de 28 hoofdkerken van de stad en bisschoppen van de omlig- gende suburbicaire bisdommen om speciale diensten in de kathedraal van het bisdom Rome, de Sint-Jan van Lateranen, te verrichten.

Wat later kregen deze diakens de leiding over de 7 diaconiën van de stad en deze priesters de leiding over betreffende kerken, de zgn. titelkerken. De bisschoppen bleven evenwel tot 1962 pastoraal verantwoordelijk voor hun suburbicaire bisdommen.

Tegenwoordig krijgen alle tot kardinaal benoemde geestelijken zo'n suburbicair bisdom, titelkerk of diaconaat toegewezen, waarmee zij pro forma deel gaan uitmaken van de Romeinse geestelijkheid (zie daarover: Titelkerken). Dat is van belang omdat zij dan volgens de manier zoals die in de oudste tijden gebruikelijk was, gerechtigd zijn om een nieuwe bisschop te kiezen: de Paus.

Als belangrijkste geestelijken van Rome werden de kardinalen al gauw de raadgevers van hun bisschop. Deze positie leidde ertoe dat in 1059 bepaald werd dat voortaan alleen zij een nieuwe bisschop en daarmee dus een nieuwe Paus mochten kiezen.

Theodor kardinaal Innitzer (1875-1955)
in koorkledij met cappa magna

Vanaf de 11e eeuw werden in toenemende mate ook priesters en bisschoppen die elders in Europa verbleven tot kardinaal verheven. Zij dienden dan hun zetel op te geven en zich in Rome te vestigen. Toen in de loop van de 16e eeuw de rol van de kardinalen bij het bestuur van de wereldkerk minder belangrijk werd, hoefden de kardinalen van buiten Rome niet meer permanent aldaar te verblijven. Iets dat nog heden ten dage zo is.

De in Rome verblijvende kardinalen vervulden een rol die vergelijkbaar was met die van de adel aan het hof van een wereldlijk vorst. Zij hadden daardoor een zeer hoge status, die tot uitdrukking kwam in pompeuze statie en vaak grote weelde. Het grote verschil tussen de kardinalen en de wereldlijke adel was dat de kardinalen de volgende Paus konden kiezen en daardoor een meer directe invloed op hun "vorst" hadden dan de adel.


Links en bronnen
- Wikipedia: Kardinaal NL - Kardinal DE - Cardinal GB - Cardinal FR
- Catholic Encyclopedia: Cardinal (1908) US
- Oude foto's van hoge prelaten: The Far Sight US

Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Erefuncties - naar boven
APOSTOLISCH PROTONOTARIS

Protonotario apostolico


Apostolisch protonotaris is de hoogste erefunctie die de Paus aan verdienstelijke priesters kan verlenen. De begiftigde heeft recht op de aanspreektitel Monseigneur (It.: Monsignore) en de afkorting P.A. (voor Protonotarius Apostolicus) achter zijn naam.

Officieel zijn dit boventallige protonotarissen (Lat.: protonotarii apostolici supernumerario). Daarnaast zijn er namelijk nog zeven protonotarii apostolici de numero die als medewerkers van de Eerste Sectie van het Staatssecretariaat verantwoordelijk zijn voor het opstellen van de belangrijkste pauselijke oorkondes.

In april 2013 liet paus Franciscus weten dat hij de eretitel apostolisch protonotaris voorlopig niet meer wilde verlenen, behoudens aan de (gehuwde) ordinarissen van de drie persoonlijke ordinariaten voor voormalige Anglicaanse gelovigen. Wie de titel reeds ten deel gevallen is mag hem blijven voeren.


Begiftigden

De eretitel apostolisch protonotaris werd zelden verleend, in de meeste gevallen ex officio aan leden van de kapittels van de drie Basilicae Maiores in Rome en van ruim 15 kathedralen elders in Italië. Ook werd de titel onder meer verleend aan kanunniken van enkele collegiale kapittels en aan de aartspriesters van een tiental Italiaanse basilieken.

Daarnaast werd de titel apostolisch protonotaris incidenteel ad personam verleend aan zeer verdienstelijke priesters binnen en buiten Italië. De begiftigden staan in het register van het Pauselijk Jaarboek vermeld.

Priesters die lid zijn van een religieuze orde of congregatie komen niet voor deze erefunctie in aanmerking.


Kledij

Als kledij voor bijzondere gelegenheden mag een apostolisch protonotaris een zwarte soutane voorzien van een rode zoom, rode knopen en een paarse sjerp dragen. Desgewenst mag daaroverheen een paarse cape (It.: ferraiuolo) gedragen worden, maar dit is in onbruik geraakt. Anders dan een bisschop draagt hij dus geen paarse solideo, borstkruis en ring.

Als koorkledij mag een apostolisch protonotaris onder de superplie (halflang wit koorhemd met wijde mouwen) een volledig paarse soutane dragen. Als hoofddeksel kan hierbij een paars bonnet met een paarse pompoen worden gedragen.


Titulatuur

- Adressering: De Hoogwaardige Heer, Monseigneur [naam]
- Aanhef: Hoogwaardige Heer
- Aanspreektitel: Monseigneur


Heraldiek

Apostolische Protonotarissen mogen boven hun wapenschild een paarse prelatenhoed met aan weerszijden telkens 6 en dus in totaal 12 afhangende rode kwasten voeren.


Geschiedenis

In de late Oudheid waren er in Rome zeven regionale notarissen, die met het uitdijen van de pauselijke administratie uitgroeiden tot de hoogste notarissen van de pauselijke kanselarij en die in het Latijn notarii apostolici of protonotarii werden genoemd.

In de Middeleeuwen werden zij vaak direct vanuit dit ambt tot kardinaal benoemd. Paus Sixtus V (1585-1590) verhoogde hun aantal tot twaalf, maar hun invloed nam geleidelijk aan af. Ten tijde van de Franse revolutie waren de protonotarissen nagenoeg verdwenen.

Paus Gregorius XVI herstelde op 8 februari 1838 het college van protonotarissen, bestaande uit een deken en zeven leden die protonotarii de numero participantium genoemd werden omdat zij gelijkelijk deelden in de opbrengsten van hun werk.

Sinds de 16e eeuw benoemden de pausen ook honoraire protonotarissen, die dezelfde privileges genoten als de zeven oorspronkelijke protonotarissen, en titulaire protonotarissen, die een vergelijkbare functie bekleden in de organisatie van hun bisschop of collegiaal kapittel.

Paus Pius X beschreef in zijn motu proprio Inter multiplices van 21 februari 1905 de volgende vier klassen van protonotarissen:

* Protonotarii apostolici de numero participantium, die diverse daadwerkelijke taken verrichten in de pauselijke kanselarij.

* Protonotarii apostolici supranumerarii als een waardigheid die alleen kan worden verleend aan de kanunniken van de drie Romeinse aartsbasilieken en aan die van kathedrale kapittels aan wie dit priviliege is verleend.

* Protonotarii apostolici ad instar, die worden benoemd door de Paus en dezelfde uiterlijke insignes mogen dragen als de echte protonotarissen.

* Protonotarii titulares seu honorarii als een waardigheid die door de nuntius of als speciaal gunstbewijs kan worden verleend aan geestelijken buiten Rome.

Paus Paulus VI reduceerde bij motu proprio Pontificalis Domus van 28 maart 1968 en Pontificalia Insignia van 21 juni 1968 deze vier klassen tot twee:

* Protonotarii apostolici de numero, die het werk van het oude College van Protonotarissen voortzetten en alszodanig nog steeds enkele kanselarijtaken verrichten. Deze protonotarissen hebben dezelfde voorrechten als de hierboven genoemde protonarissen die hun ambt als erefunctie bekleden, maar mogen bovendien bij de koorkledij een rochet met daaroverheen een paarse mantelletta (halflang mouwloos bovenkleed) dragen. Als hoofddeksel mogen zij bovendien een zwarte biretta met rode pompoen dragen.

* Protonotarii apostolici supernumerario als zijnde een waardigheid die de Paus als gunstbewijs kan verlenen aan verdienstelijke priesters. Het recht op het beperkt gebruik van enkele zogeheten pontificalia, zoals een witte mijter, ring, handschoenen en borstkruis, zoals protonotarissen vóór deze hervorming genoten, werd afgeschaft op grond van de gedachte dat bisschoppelijke insignia voorbehouden dienen te blijven aan de daadwerkelijke bisschoppen.


Links en bronnen
- Wikipedia: Prothonotary apostolic GB - Protonotario apostolico IT
- Catholic Encyclopedia: Prothonotary Apostolic (1911) US
- Der Tagesspiegel: Papst schafft Karrieretitel ab DE

Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Erefuncties - naar boven
EREPRELAAT van ZIJNE HEILIGHEID

Prelato d’onore di Sua Santità


Ereprelaat van Z.H. de Paus is de op één na hoogste erefunctie die de Paus aan verdienstelijke priesters kan verlenen. De begiftigde heeft recht op de aanspreektitel Monseigneur (it.: Monsignore).

In april 2013 liet paus Franciscus weten dat hij deze eretitel voorlopig niet meer wilde verlenen, behoudens aan geestelijken in diplomatieke dienst van de Heilige Stoel. Wie de titel reeds ten deel gevallen is mag hem blijven voeren.


Begiftigden

Totaan het nieuwe beleid van paus Franciscus werden priesters na vijf jaar dienst bij de Romeinse Curie vrijwel automatisch tot erekapelaan benoemd. Na nog eens vijf jaar volgde dan een benoeming tot ereprelaat.

Daarnaast werd de titel ereprelaat verleend aan verdienstelijke priesters in de functie van vicaris-generaal van een bisdom. In 2010 waren er bijna 6000 ereprelaten, die in het register van het Pauselijk Jaarboek vermeld staan.

Incidenteel viel deze eretitel ook Nederlandse priesters ten deel, zoals bijvoorbeeld in 2008 Mgr. drs. Joris Schröder, voormalig vicaris-generaal van het bisdom Den Bosch.

Priesters die lid zijn van een religieuze orde of congregatie komen niet voor deze erefunctie in aanmerking.


Kledij

Als kledij voor bijzondere gelegenheden mag een ereprelaat een zwarte soutane voorzien van een rode zoom, rode knopen en met een paarse sjerp dragen. Anders dan een bisschop draagt hij dus geen paarse solideo, borstkruis en ring.

Als koorkledij mag hij onder de gebruikelijke superplie (halflang wit koorhemd met wijde mouwen) een geheel paarse toog dragen. Als hoofddeksel kan hierbij een zwarte bonnet met een rode pompoen worden gedragen.


Titulatuur

- Adressering: De Hoogwaardige Heer, Monseigneur [naam]
- Aanhef: Hoogwaardige Heer, Monseigneur
- Aanspreektitel: Monseigneur


Heraldiek

Ereprelaten van Z.H. de Paus mogen boven hun wapenschild een paarse prelatenhoed voeren, met aan weerszijden telkens 6 en dus in totaal 12 afhangende paarse kwasten.


Links en bronnen
- Wikipedia: Monsignor GB - Päpstliche Ehrentitel DE
- Artikel door Duane L.C.M. Galles: Chaplains of His Holiness US
- Der Tagesspiegel: Papst schafft Karrieretitel ab DE

Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Erefuncties - naar boven
EREKAPELAAN van ZIJNE HEILIGHEID

Cappellano di Sua Santità


Erekapelaan van Z.H. de Paus is de laagste erefunctie die de Paus aan verdienstelijke priesters kan verlenen. De begiftigde heeft recht op de aanspreektitel Monseigneur (It.: Monsignore).

Nadat paus Franciscus al in april 2013 had laten weten dat hij de toekenning van erefuncties wilde opschorten, liet het Staatssecretariaat in januari 2014 weten dat de titel erekapelaan alleen nog wordt toegekend aan verdienstelijke priesters die 65 jaar of ouder zijn.


Mgr. A.J.J. Woolderink (op de voorgrond in 'klein paars') na
zijn benoeming tot Erekapelaan van Z.H. de Paus in 2009
(foto: Aartsbisdom.nl)


Begiftigden

Totaan het nieuwe beleid van paus Franciscus werden priesters na vijf jaar dienst bij de Romeinse Curie vrijwel automatisch tot erekapelaan benoemd. Na nog eens vijf jaar volgde dan een benoeming tot ereprelaat.

Daarnaast werd de titel erekapelaan regelmatig verleend aan verdienstelijke priesters van over de hele wereld. In totaal betreft het meer dan 15.000 personen die in het register van het Pauselijk Jaarboek vermeld staan. Jaarlijks viel ook ongeveer een tiental Nederlandse priesters deze eer te beurt.

Priesters die lid zijn van een religieuze orde of congregatie komen niet voor deze erefunctie in aanmerking.


Kledij

Als kledij voor bijzondere gelegenheden mag een erekapelaan het zogeheten 'klein paars' dragen: een zwarte soutane voorzien van een paarse zoom, paarse knopen en een paarse sjerp. Anders dan een bisschop draagt hij dus geen paarse solideo, borstkruis en ring.

Als koorkledij draagt een erekapelaan over de voornoemde soutane een superplie (halflang wit koorhemd met wijde mouwen). Dit is niet anders dan voor alle priesters is voorgeschreven. Als hoofddeksel kan hierbij kan een zwarte bonnet met een paarse pompoen worden gedragen.


Titulatuur

- Adressering: De Hoogwaardige Heer, Monseigneur [naam]
- Aanhef: Hoogwaardige Heer, Monseigneur
- Aanspreektitel: Monseigneur


Heraldiek

Erekapelaans mogen boven hun wapenschild een zwarte prelatenhoed met aan weerszijden telkens 6 en dus in totaal 12 afhangende paarse kwasten voeren.


Links en bronnen
- Wikipedia: Monsignor GB
- Artikel door Duane L.C.M. Galles: Chaplains of His Holiness US
- Der Tagesspiegel: Papst schafft Karrieretitel ab DE

Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Erefuncties - naar boven
KAMERHEER van ZIJNE HEILIGHEID

Gentiluomine di Sua Santità


Kamerheer van Zijne Heiligheid was een erefunctie die de Paus kon verlenen aan lekengelovigen van zowel adellijke als burgerlijke afkomst. Voor deze functie bestond een lange wachtlijst en de selectie was zeer streng.



Twee pauselijke kamerheren ontvangen
bezoekers van het Apostolisch Paleis


Paus Franciscus liet reeds enkele maanden na zijn aantreden in 2013 weten dat hij geen nieuwe kamerheren meer wilde benoemen. In zijn ogen was dit ambt "archaïsch en onnuttig" en in sommige gevallen zelfs schadelijk gebleken, aangezien enkele kamerheren bij financiële malversaties betrokken waren geweest.


Taken

De kamerheren doen op vrijwillige basis en bij toerbeurt dienst bij de ontvangst van hoge gasten in het Apostolisch Paleis, danwel in de pauselijke zomerresidentie in Castel Gandolfo. Ook begeleiden de kamerheren belangrijke genodigden bij plechtige gelegenheden ten Vaticane of in de Sint-Pietersbasiliek. Daarbij wordt de bij deze functie behorende verguld zilveren keten met de pauselijke insignes gedragen.



Detailfoto met de vergulde ambtsketen
van de pauselijke kamerheren


Begiftigden

De pauselijke kamerheren zijn tegenwoordig vooral Italiaanse, maar soms ook wel buitenlandse notabelen. Anders dan vroeger zijn de meeste van burgerlijke afkomst. Vaak zijn dit personen die zich op velerlei wijze maatschappelijk verdienstelijk hebben gemaakt en hun rijkelijk van decoraties voorziene kostuums dragen dan ook bij aan het decorum van het Apostolisch Paleis.


Links en literatuur
- Wikipedia: Geheim kamerheer met Kap en Degen NL
- Corriere della Sera: Mai più quei Gentiluomini del Papa IT
- G.N. Westerouen van Meeteren: Op zoek naar de pauselijke adel, in: De Nederlandse Leeuw, Vol. CXVIII (2001) No. 5-6, Kol. 467-490.

Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Erefuncties - naar boven
KANUNNIK


De erefunctie van kanunnik wordt niet door de Paus, maar door een bisschop verleend aan verdienstelijke of aanzienlijke priesters van hun bisdom. Uiteraard kan ook de Paus dit doen in zijn hoedanigheid van bisschop van Rome.



De bisschop en hulpbisschop van Haarlem met het kathedraal kapittel
gekleed in de bij hun ambten horende koorkledij, hier in 2019
(foto: Arsacal.nl - klik ter vergroting)


Als kanunniken zijn deze priesters lid van het kathedrale kapittel, dat aan de kathedrale kerk verbonden is en als adviescollege van de bisschop fungeert.

Als blijk van waardering worden ook wel erekanunniken benoemd, die niet aan de kapittelbijeenkomsten deelnemen. Meestal betreft het hierbij priesters van buiten het bisdom, in zeldzame gevallen ook leken met een bijzondere status zoals katholieke staatshoofden.


Reguliere kanunniken

Naast de hier besproken zogenoemde seculiere (wereldlijk levende) kanunniken zijn er ook reguliere kanunniken. Deze leven volgens een regel en zijn niet aan een kathedrale, maar aan een abdijkerk verbonden. Zij worden ook niet door een bisschop benoemd, maar kunnen, indien zij aan de vereisten voldoen, eigener beweging toetreden.

De taak van reguliere kanunniken is dan ook niet het adviseren van een bisschop, maar het lezen en zingen van het dagelijkse koorgebed, hetgeen oorspronkelijk de taak van alle kanunniken was.


Kledij

Kanunnik in koorkledij


Als koorkledij dragen kanunniken een rochet (halflang en met kant versierd wit koorhemd met smalle mouwen) over een zwarte toog (soutane), met over dit alles een zwarte schoudermantel (mozetta) voorzien van een paarse zoom en paarse knopen. Als hoofddeksel kan hierbij een zwarte bonnet met een paarse pompoen worden gedragen.

In sommige landen werd het rochet vroeger ook wel vervangen door een smalle, over de schouders afhangende linnen strook. Bij plechtige gelegenheden werd in het verleden over deze koorkledij wel een cappa magna gedragen: een wijde mantel met een brede schouderomslag, die voor kanunniken voorzien was van wit bont met zwarte strepen (zie afbeelding).


Titulatuur

- Adressering: De Hoogeerwaarde Heer [naam]
- Aanhef: Hoogeerwaarde Heer
- Aanspreektitel: Mijnheer Kanunnik


Heraldiek

Kanunniken mogen boven hun wapenschild een zwarte prelatenhoed met aan weerszijden telkens
3 en dus in totaal 6 afhangende zwarte kwasten voeren. Eventuele erekanunniken voeren dezelfde heraldische tekenen.


Privileges

De kanunniken van sommige kapittels hebben op grond van een aan hun kapittel verleend privilege recht op het voeren van de voorrechten die verbonden zijn aan de functies van erekapelaan, ereprelaat of zelfs van apostolisch protonotaris. Dat houdt in dat alle leden van zulke kapittels de bij die erefunctie behorende kledij mogen dragen en de betreffende heraldische tekenen mogen voeren. Het verlenen van zulke privileges is uitdrukkelijk aan de Paus voorbehouden.


Geschiedenis

Naast de seculiere kanunniken die een kathedraal kapittel vormden, waren er totaan de Franse tijd ook seculiere kanunniken die aan andere, niet-kathedrale kerken verbonden waren. Zij vormden dan een zogeheten collegiaal kapittel en de betreffende kerk heette een collegiale of kapittelkerk.

Kanunnikenhuis in Borgloon, België
De seculiere kanunniken leefden in een besloten gemeenschap, echter niet zoals kloosterlingen in één gebouw, maar in afzonderlijke huizen op een afgesloten terrein (Lat.: claustrum) rondom of nabij hun kapittelkerk. In vele Europese steden zijn nog kanunnikenhuizen te vinden, die vaak getuigen van de grote rijkdom van de kapittels.

Anders dan de reguliere kanunniken leefden de seculiere kanunniken niet volgens een specifieke regel en mochten zij, naast de deelname in het gemeenschappelijke kapittelvermogen, ook persoonlijk bezit hebben. Zij legden immers geen gelofte van armoede af.

De kanunniken waren voor hun inkomen afhankelijk van een zogeheten prebende of prove. Dat waren inkomsten uit bijvoorbeeld onroerend goed dat aan een bepaalde kerk was geschonken of nagelaten met het doel er een priester van te onderhouden. Het aantal kanunniken was dus afhankelijk van het aantal prebenden dat beschikbaar was. Nieuwe kanunniken moesten daarom wachten tot er een prebende vrijkwam. Tot die tijd werden zij expectanten genoemd.

Kapittels van seculiere kanunniken komen voort uit groepen priesters die al in de begintijd van het Christendom aan bepaalde kerken verbonden waren. In de 12e eeuw ontstonden er naast deze seculiere ook reguliere kanunniken die zich onderwierpen aan de regels van Augustinus. Hieruit kwam onder meer de Premonstratenzerorde voort, ook wel bekend als Kruis- of Witheren.


Desiderius Erasmus

Door de toenemende rijkdom van de kathedrale en collegiale kapittels werd het ambt van seculier kanunnik steeds aantrekkelijker. Vooral de jongere zonen van de adel konden in deze functie een goedverzorgd leven leiden, zonder het familievermogen te belasten. Bovendien was het een goede entree voor een verdere kerkelijke carrière.

De toenemende rijkdom van de kanunniken leidde er echter ook toe dat zij hun religieuze taken vaak tegen betaling overlieten aan vicarissen. Daar staat tegenover dat zij zich hierdoor meer aan bijvoorbeeld kunst en wetenschap konden wijden.

De eerste hoogleraren aan de in de late middeleeuwen opgerichte universiteiten en hoge scholen waren vaak seculiere kanunniken. Zo was bijvoorbeeld de Poolse geleerde Nicolaus Copernicus (1473-1543) een seculier en de Rotterdamse wijsgeer Desiderius Erasmus (1466-1536) een regulier kanunnik.


Links en bronnen
- Wikipedia: Kanunnik NL - Kanoniker DE - Canon GB
- Catholic Encyclopedia: Canon (1908) US
- Over de kledij van kanunniken: Dappled Photos - Canons US

Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Erefuncties - naar boven




Katholiek.org © april 2005 / januari 2021